Symbolen en tekst

Horeca, kantoor of school: waarom hetzelfde bordje anders uitpakt

Bewegwijzeringspaneel in een hotelgang met toilet- en rolstoelpictogrammen
Foto: Saodosumra — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Wie er langsloopt bepaalt het bordje

De vraag is niet welk bordje het mooist is, maar wie het moet lezen en onder welke omstandigheden. In een kantoor kennen bijna alle gebruikers het gebouw; het bordje is er voor de bezoeker en voor de nieuwe collega van vorige week. Eén duidelijk plaatje volstaat.

In de horeca is het omgekeerd: vrijwel iedereen die het bordje leest, doet dat voor het eerst. Bovendien is het er vaak schemerig en zijn de gangen smal, waardoor er van dichtbij en onder een hoek gekeken wordt. Daar wint contrast het van elegantie.

Scholen: laag hangen en simpel houden

Op een basisschool hangt het bordje standaard te hoog. Een kind van zes kijkt op ongeveer een meter tien, en dat is een halve meter onder de hoogte waarop bordjes gewoonlijk worden geplaatst. Twee bordjes onder elkaar, of één bordje lager dan gebruikelijk, lost dat op.

Houd de aanduiding bovendien concreet. Jonge kinderen lezen pictogrammen goed, maar abstracte gestileerde figuren minder; een herkenbaar poppetje werkt beter dan een minimalistische vorm. Aparte bordjes voor de kleutertoiletten zijn zinnig als die er zijn.

Horeca: sfeer mag, raadsels niet

In restaurants en cafés is het bordje vaak onderdeel van het interieur, en dat is legitiem: een houten plaatje met gefreesde letters past bij een bruine kroeg zoals een geborsteld rvs plaatje bij een strak restaurant.

De grens ligt bij de grap. Bordjes met "Hommes" en "Femmes", met twee soorten schoenen of met een haan en een kip zijn charmant voor wie ze al eens gezien heeft en irritant voor wie op zoek is. Wilt u toch zo'n bordje, zet er dan een klein pictogram bij. De sfeer blijft, de twijfel verdwijnt.

Zorg en publieke gebouwen: hier gaat het niet meer over smaak

In ziekenhuizen, gemeentehuizen, stations en zorginstellingen gelden strengere eisen aan contrast, plaatshoogte en voelbaarheid, omdat een deel van de bezoekers slechtziend is of het gebouw niet kent. Daar is het bordje geen ontwerpkeuze meer maar een onderdeel van de toegankelijkheid.

In die gebouwen hoort de aanduiding bovendien in een lijn te staan met de rest van de bewegwijzering: dezelfde letters, dezelfde kleuren, dezelfde plaats naast de deur. Wie dat loslaat, maakt een gebouw dat op papier klopt en in de praktijk verwarrend blijft.

Houd er ook rekening mee dat deze gebouwen vaak in fasen verbouwd worden. Een vleugel die drie jaar geleden is opgeleverd, heeft dan andere bordjes dan de nieuwe. Leg de gekozen stijl daarom schriftelijk vast — materiaal, formaat, letters, hoogte — zodat de aannemer van de volgende fase niet opnieuw begint.

Veelgestelde vragen

Moet een klein café ook aan eisen voldoen?
Voor de inrichting van de toiletruimte zelf gelden voorschriften, voor het bordje op de deur nauwelijks. Zodra u een toegankelijkheidskeurmerk voert of subsidie ontvangt, kunnen er wel eisen aan de bewegwijzering hangen.
Wat doe ik met een gebouw met meerdere huurders?
Spreek één stijl af voor de gedeelde ruimtes en laat huurders binnen hun eigen deel afwijken. Anders krijgt u per verdieping een andere bewegwijzering, terwijl bezoekers het gebouw als één geheel ervaren.
Lees ook

Ontdek alle artikelen

Blader door alle onderwerpen en lees de volledige verzameling artikelen op één plek.

Alle artikelen