Het symbool is een belofte
Het internationale toegankelijkheidssymbool — het witte poppetje in een rolstoel op blauw — is geen decoratie maar een mededeling: achter deze deur kan iemand in een rolstoel zelfstandig terecht. Wie het ophangt bij een ruimte die dat niet waarmaakt, stuurt bezoekers naar een deur waar zij vervolgens niet naar binnen of niet meer omgekeerd kunnen.
Dat komt vaker voor dan gedacht. Een toilet met een beugel maar met een deur van tachtig centimeter, of met te weinig draairuimte naast de pot, is niet rolstoeltoegankelijk. Het symbool hoort er dan niet op.
Waar de ruimte aan moet voldoen
De kern zit in drie maten: een vrije doorgang bij de deur, genoeg draaicirkel binnen, en vrije ruimte naast de pot aan de kant waarvandaan iemand overstapt. In de Nederlandse praktijk wordt gerekend met een draaicirkel van ongeveer anderhalve meter en een doorgangsbreedte van minstens vijfentachtig centimeter.
Daar komt bij dat de deur naar buiten moet openen of moet schuiven. Een naar binnen draaiende deur maakt de ruimte binnen onbruikbaar en blokkeert bovendien de hulp als iemand valt. Ook dat is een reden waarom een bestaand toilet met alleen een beugel erbij nog geen mindervalidentoilet is.
Wat er naast het symbool op hoort
Een goed bordje zegt meer dan "rolstoel". Vermeld of het toilet met een sleutel of met een Europese sleutel te openen is, en waar die te halen is; niets is vervelender dan voor een gesloten deur staan zonder te weten bij wie u moet zijn.
Staat er een verschoontafel, een alarmknop of een tillift, zet dat er dan bij. En is de ruimte tevens de genderneutrale ruimte, maak dat expliciet — anders aarzelen bezoekers die geen rolstoel gebruiken of zij er wel gebruik van mogen maken.
Het alarm dat niemand aanwijst
In vrijwel elk mindervalidentoilet hangt een alarmkoord, en in verrassend veel gevallen weet niemand wat er gebeurt als eraan getrokken wordt. Een klein bordje bij het koord dat vertelt waar het alarm binnenkomt, hoort bij dezelfde bewegwijzering.
Controleer bij die gelegenheid meteen of het koord tot vlak boven de vloer hangt. Een alarmkoord dat is opgeknoopt omdat het in de weg hing, is precies dan onbereikbaar als het nodig is.
Neem het koord daarom op in dezelfde ronde waarin u de bordjes controleert. Dat is een kwestie van kijken en eraan trekken: hangt het vrij, komt het alarm ergens aan waar op dat moment iemand zit, en weet die persoon wat de melding betekent. Drie vragen, twee minuten werk, en het verschil tussen een voorziening die werkt en een voorziening die er alleen hangt.


